Verslag

Een kleinschalig ontwikkelingsproject wordt pas echt succesvol als je vrouwen en mannen er vanaf het begin op een gelijkwaardige manier bij betrekt. Het evenement Passie voor participatie was zaterdag 27 maart the place to be voor iedereen die wilde weten hoe dat moet. Op dit initiatief van COS Utrecht wisselden professionals en ervaringsdeskundigen tips en adviezen uit over participatie.

In Nederland hebben twee miljoen mensen een particulier initiatief op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Samen hebben zij tachtig miljoen euro in omloop voor hun projecten in het Zuiden. Daarnaast zijn er nog een heleboel Nederlanders die misschien geen ontwikkelingsproject hebben, maar wel fairtrade boodschappen doen. En dan zijn er nog de migrantengemeenschappen die sinds jaar en dag geld sturen naar hun familie in het land van herkomst. De bedragen zijn niet gering: in één jaar sturen migranten wereldwijd evenveel geld naar het Zuiden als de Europese Unie in vijf jaar.

Ondanks de negatieve berichtgeving in de media en de bezuinigingen door de politiek, laten al deze bewuste burgers zien dat er wel degelijk draagvlak is voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland. En dat zij samen een grote en sterke groep vormen. Met deze opbeurende woorden opende Dorothé Appels, directeur van COS Nederland, het evenement Passie voor participatie.

Goed doen:

begin niet aan een project zonder je te verdiepen in de lokale context

Volgens Appels is het voor iedereen met een particulier initiatief belangrijk zich te realiseren dat hij niet alleen staat. Maar ook dat iedereen met een ontwikkelingsproject verantwoordelijkheid draagt. ‘Het is goed om iets te doen, maar je moet het wel goed doen’, sprak ze de aanwezigen toe, waaronder zestig vertegenwoordigers van particuliere initiatieven. De woorden zijn niet bedoeld als kritiek, maar om aan het denken te zetten. ‘Ken je de context van het land waar je een project hebt? Wat weet je van de man/vrouwverhoudingen daar?’

De directeur van COS Nederland realiseert zich dat er op de zondagmiddag – die naast de drukte van het dagelijks leven overblijft om met het ontwikkelingsproject bezig te zijn – weinig tijd is voor verdieping. Maar toch hamert ze erop. ‘De meerderheid van jullie heeft projecten gericht op basisvoorzieningen op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs. Hoe vinden vrouwen en mannen in de landen waar jullie werken hun weg naar deze voorzieningen? Er is maar één manier om erachter te komen: praat met ze. Vrouwen willen net zo goed als mannen bij beleid en uitvoering betrokken zijn. Hoe beter je daarop inspeelt, hoe succesvoller je project wordt.’

Goed nadenken:

denk in iedere fase van jouw project na over gender

Het betoog van Dorothé Appels vindt weerklank bij Ella de Voogd, als eerste aan het woord in de talkshow. Ella de Voogd is senior beleidsmedewerker voor emancipatie bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘In iedere activiteit binnen een ontwikkelingsproject moet gender verwerkt zijn, anders ben je niet goed bezig’, betoogt ze.

Voogd is een voorstander van particuliere initiatieven. ‘Ze geven mensen in Nederland binding met ontwikkelingslanden. Al die initiatieven bij elkaar kunnen samen echt iets van de grond tillen. Ze verrichten onmisbaar werk op microniveau. Daarmee vormen ze een belangrijke aanvulling op het werk dat grote ontwikkelingsorganisaties en de overheid op macroniveau verrichten.’ De Voogd ergert zich aan de slachtofferrol waarin vrouwen nog steeds worden geduwd. ‘Het lijkt wel een epidemie over de hele wereld heen. Terwijl vrouwen juist een krachtige actor zijn die moeten deelnemen aan de samenleving.’

Sylvia Borren is het daarmee eens. Ze is co-voorzitter van Worldconnectors en oud-directeur van ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib. Ook zij nam deel aan de talkshow. ‘In ontwikkelingslanden zijn het bijna altijd de vrouwen die het zwaarste werk doen’, stelt zij. ‘Ze zijn niet alleen verantwoordelijk voor het huishouden, maar zijn vaak ook degenen die bijvoorbeeld op het land werken. Om die situatie te veranderen, moet je vrouwen bij de besluitvorming betrekken. Gender gaat niet alleen over vrouwen, maar ook over mannen die verantwoordelijkheden moeten inleveren. Bijvoorbeeld als het gaat om besluitvorming. Vrouwen willen dat ook graag. Niet voor zichzelf, maar voor hun kinderen, hun dochters. Voor hen willen ze een beter leven.’

Goed zoeken:

ga binnen de lokale gemeenschap op zoek naar de progressieve mensen

Voor dat betere leven zetten particulieren met hun initiatieven zich in. Zo vertelde een vrouw in de zaal tijdens de talkshow over haar project: een school op het platteland in Cambodja. ‘In dat land zijn de vrouwen ondergeschikt aan de mannen. En leeftijd bepaalt je plaats in de gemeenschap, niet je opleidingsniveau. Vrouwen komen er altijd bekaaid vanaf. Als ze na de middelbare school verder willen studeren, is daar geen geld voor. Als er überhaupt al geld is om een kind te laten studeren, gaat het naar een jongen. Want het meisje vertrekt toch naar haar schoonfamilie. Het heeft geen zin om daarin te investeren. Hoe verander je dat?’, vroeg ze enigszins wanhopig.

Het antwoord kwam van Jeanette Kloosterman, beleidsadviseur bij Oxfam Novib op het gebied van gender en diversiteit en één van de talkshow-gasten. ‘Er zijn altijd mensen binnen zo’n gemeenschap die gevoelig zijn voor een ander standpunt. Daar moet je naar op zoek. Naar die mensen die net iets progressiever zijn, of in ieder geval open staan voor dit soort ideeën over de positie van vrouwen en mannen. En je moet geduld hebben. Het is een kwestie van mentaliteitsverandering en dat kost tijd. Maar je moet ook actie ondernemen. Want het verandert niet vanzelf.’ Als een meisje naar de schoonfamilie vertrekt, betekent dit dat er een ander meisje voor in de plaats komt, de schoondochter, voegt Sylvia Borren toe. ‘Dat is een goed argument om wél te investeren in meisjes.’

Goed kijken:

gender-bewustzijn begint bij jezelf, hoe voed jij jouw kinderen op?

Wat de mentaliteitsverandering betreft, is die bij vrouwen net zo hard nodig als bij mannen, vindt Borren. Ook in het Westen. ‘Vrouwen zijn de primaire opvoeders. De manier waarop zij thuis met hun zonen en dochters omgaan, bepaalt de rolverdeling. In het gezin, maar ook later in de maatschappij. ‘In veel landen worden jongetjes als kleine keizers behandeld. En zo gedragen ze zich dan ook, ook als ze volwassen zijn. Om dat te voorkomen, moeten vanaf de eerste dag taken en verantwoordelijkheden in het huishouden eerlijk verdeeld worden tussen jongens en meisjes.’

Ook hebben jongens rolmodellen nodig. Het liefst uit eigen land, stelt Borren. ‘Vrouwen hebben genoeg sterke vrouwen als voorbeeld. Maar bij mannen zijn het toch meestal voetballers, machomannen. Dat helpt niet.’

Goed luisteren:

luister naar de lokale bevolking, pik de signalen op

Het belangrijkste, vindt Borren, is dat de discussie – over gender en hoe je zorgt voor participatie van vrouwen en mannen – niet hier wordt gevoerd, maar daar. ‘Je hoeft het niet zelf te bedenken’, zegt ze. ‘Je moet daarheen en de mensen zelf vragen wat ze willen. Ze hebben vaak verrassende ideeën.’ Daarvoor is het belangrijk om met een lokale partner te werken, merkte iemand uit de zaal op.

Mensen niet alleen vragen wat ze vinden, maar ook zelf signalen oppikken is belangrijk. Dat zegt Jessie Hexspoor. Zij werkt bij ontwikkelingsorganisatie Hivos als programmamedewerker gender, vrouwen en ontwikkeling en nam ook deel aan de talkshow. Ze noemde het voorbeeld van een gezondheidscentrum in Indonesië waar vrouwen niet naartoe gingen omdat inentingen voor mannen en vrouwen in één zaal werden gegeven. Bovendien was er geen vrouwelijke arts om de vrouwen in te enten. ‘Dat kon niet. Dat was tegen de regels van de lokale cultuur in’, aldus Hexspoor.

Goed praten:

vraag vrouwen en mannen naar hun wensen en behoeften

Dit soort situaties zijn te voorkomen door van tevoren met de lokale bevolking te praten over haar wensen en behoeftes en hoe daaraan tegemoet te komen. ‘Vergeet niet apart met mannen en vrouwen te praten’, benadrukt Sylvia Borren. ‘Zodat beide groepen vrijuit praten. Vaak helpt het ook als een vrouw met de vrouwen praat en een man met de mannen. En soms moet je mannen en vrouwen juist bij elkaar brengen. Dat verschilt per situatie. Daarom is het belangrijk om de lokale context te kennen.’

Dat zegt ook Angelica Senders, de laatste talkshowgast. Senders is programmaspecialist capaciteitsontwikkeling en leren binnen het economische programma van ontwikkelingsorganisatie ICCO. ‘Een gender-analyse maken, betekent nadenken over wat vrouwen en wat mannen doen in een project en wat het voor beide groepen oplevert. Vanuit het Westen willen we graag economische empowerment van vrouwen. Zo willen we van alle vrouwen ondernemers maken. Maar niet iedereen is geschikt om ondernemer te worden. En dus ook niet alle vrouwen. Sommige werken veel liever voor een baas. En daar is niks mis mee. Maar dat moet je wel weten. Dus praat met die vrouwen.’

Disclaimer

COS Utrecht doet al het mogelijke om de privacy van deelnemers te beschermen. Uw gegevens worden niet verstrekt aan derden. COS Utrecht gebruikt uw gegevens voor het evenement 'Passie voor participatie' op 27 maart 2010. COS Utrecht gebruikt uw gegevens in de toekomst om u te informeren over relevante activiteiten voor particuliere initiatieven en de digitale nieuwsbrief van COS Utrecht. U kunt zich te allen tijde afmelden voor deze informatie.